1-05-2021

Een groep ouders met moeilijkheden


"Ouders die een kind verwachten, krijgen een kind

die ouders mag verwachten.'

(Paul Deleu)

 

"Het kind is niet veranderd in de tijd.

De ouder is in de tijd wel veranderd voor het kind."

(Bart van Campen)

 

"Als je de stenen op jouw levenspad niet opruimt,

zullen je kinderen erover struikelen.'

(Surinaams spreekwoord)

 

"Het gaat niet om uw pad voor het kind,

maar het pad van uw kind."

(Bart van Campen)

 

Lees meer

"Ouders die een kind verwachten, krijgen een kind die ouders mag verwachten."

(Paul Deleu)

 

Sinds mijn werktijd bij Hogeschool Iselinge/ IJsselgroep (2000 - 2007) en Saxion Hogescholen (2003  - 2020) en nu als zelfstandige mag ik, naast andere activiteiten in het onderwijs, groepen met moeilijkheden begeleiden. Mensen die werkzaam zijn in het onderwijs noemen zo’n groep kinderen of jongeren een ‘moeilijke groep’. Het zijn echter geenszins moeilijke groepen. Elk kind heeft er last van. Ze ervaren moeilijkheden. Ze ‘vragen’ om een duwtje in de rug om met elkaar de moeilijkheden op te lossen. Zowel in het Basisonderwijs, als het Voortgezet Onderwijs. Dit zijn meestal groepen waarin gepest wordt en/of sprake is van meidenvenijn.

(Zie hiervoor de presentatie'typisch meisjes' ,zomer 2019,bij het tabblad 'presentaties': 'typisch meisjes....')

 

In de afgelopen drie jaren zie ik in deze begeleiding een fenomeen: de rol van een selectieve groep ouders met moeilijkheden, die via hun kind betrokken zijn bij de begeleiding. De betrokkenheid van ouders bij zo’n proces acht ik als voorwaarde voor het slagen van de begeleiding van een groep ‘met moeilijkheden’.

 

Mijn aanpak, samen met de leerkrachten, intern begeleider en ouders, staat in toegankelijke taal beschreven in mijn boek. Ik heb fysiek met de leerkrachten/docenten gesprekken met de groep kinderen/jongeren.

In het kort: zes gesprekken en twee ouderavonden. Daarnaast ben ik telefonisch bereikbaar voor ouders (de leerkrachten hebben mijn mobiele nummer en mogen deze, zonder overleg met mij, aan de ouder geven). Op de eerste ouderavond geef ik aan dat telkens vijf ouders welkom zijn om bij de vervolggesprekken aanwezig te zijn). Dit is om de betrokkenheid van ouders bij het proces te vergroten.

 

Op de eerste ouderavond, na twee gesprekken met de groep, merk ik de afgelopen drie jaren steeds meer dat 5% van de ouders met passieve agressie het gesprek op zo’n avond willen voeren en het hoogste woord willen hebben. De appel valt dan vaak niet ver van de boom.

 

Lief kind, in welke wieg ben je geboren?

 

Dit zijn meestal ‘hoogopgeleide’ ouders die moeite hebben met hun eigen ego en dit ego niet in dienst kunnen stellen van hun eigen kind. Daarnaast missen zij vaak systeemdenken, empathisch vermogen, zich kunnen verplaatsen in de ander en voelen zich handelingsverlegen in de juiste opvoeding voor hun kind. Zij vertonen compensatiegedrag om voornoemd onvermogen, en daarmee onzekerheid, te verbloemen. Hiervan zijn deze ouders zich niet bewust. Johan Cruijff zei over een soortgelijk verschijnsel; ’Je gaat het pas zien, als je het door hebt’.

 

De 95% van de ouders die de begeleiding positief ondersteunen worden op de ouderavond door de 5% de mond gesnoerd en laten dit gebeuren: Een groep met ouders met moeilijkheden is daar. Na afloop van de ouderavond wordt wel, één op één, de positieve ondersteuning uitgesproken of, achteraf, een positieve mail of app gestuurd naar de betrokken leerkrachten en schoolleider. Doch dit wordt nauwelijks de afgelopen drie jaar uitgesproken in de groep ouders tijdens de ouderavond, wat de juiste plaats zou zijn.

 

Voorheen waren er meer ouders met lef die deze 5% ouders pareerden en tijdens de ouderavond zeiden 'de school en de leerkrachten juist te ondersteunen, omdat zij het pestprobleem constateerden en er iets aan wilden doen'.  De stemming op zo’n ouderavond kon dan plotseling kantelen naar een positieve sfeer en algehele samenwerking in dienst van het welbevinden van alle kinderen en niet alleen van het eigen kind.

 

NB. Mogelijk dat dezelfde 5% ouders verbaasd zijn als bij programma’s als ‘De Vooravond’ of bij ‘Op1’, een volwassene aan het woord komt die vertelt dat hij /zij gedurende de gehele schoolperiode is gepest en dat de school daar niets mee heeft gedaan.

 

Nu komt het echter heel dichtbij en in plaats van te kiezen voor wijsheid, kiezen deze ouders voor ‘strijd’, waardoor ze een onjuist voorbeeld zijn voor hun kind (handelingsverlegenheid bij de juiste opvoeding voor het eigen kind).

 

Andere denkbeelden van deze 5% ouders kunnen, uit mijn eigen ervaring, zijn:

 

  • De kleuterleerkracht mag geen enge sprookjes meer voorlezen of vertellen.

‘Daar wordt hij/zij bang door’, zegt de ouder.

De ouder is onwetend over het feit dat deze sprookjes juist bedoeld zijn om het kind met angst te leren omgaan. Deze ouders zien liever dat hun kind later als volwassene in therapie moet om met angst(fobie) te leren omgaan.

 

  • Het kind mag niet meer huilen.

De ouder is onwetend over het gegeven dat het trots mag zijn dat het kind om gebeurtenissen kan en moet huilen. Dit nodigt uit voor een gesprek om kinderen uitzicht te bieden dat alle problemen oplosbaar zijn als je erover praat. Niemand is verteld dat het leven gemakkelijk is.  En de moeite waard is om te leven. Deze ouders zien liever dat hun kind als volwassene in therapie moet om met emoties te leren omgaan

  • Opvoedingsverlegenheid afkopen door een kindercoach in te huren.

De ouder vindt zichzelf hierdoor betrokken en denkt ‘alles voor het kind over te hebben’ gehad. In volwassenheid komt het kind bij een therapeut tot het inzicht dat er nimmer met hem/ haar is gepraat.


  • Het kind verwennen.

Het kind te vriend willen houden. Aardig gevonden willen worden door het kind.  Als het kind zegt: ’Jij bent de naarste vader/moeder van de wereld’, is deze ouder geneigd direct naar de speelgoedzaak te gaan om het schuldgevoel (gevoelsfout) met een cadeau af te kopen.
Of rent naar de psycholoog om aan zelfonderzoek te doen. Meestal krijgt de ouder van de psycholoog te horen dat hij/zij het wel goed doet. En dat is niet altijd een juist advies.

 

Nee. Bij verwengedrag door de ouder leert het kind niet om te gaan met uitgestelde aandacht, discipline, onderhouden van een goede kind-ouder relatie en uitstel van behoeften. Mogelijk, latere, belemmerende factoren in het leven: Aanraking met bureau ‘Halt’, verslavingsgevoelig, veel wisselingen van studies en relaties (later: tweede en derde ‘leg’ kinderen) en werkproblemen worden buiten zichzelf gelegd. De ander doet nimmer iets goed. Deze kinderen hebben niet geleerd complimenten te geven, te bedanken,vragen te stellen om beter te begrijpen, te luisteren (denken alles toch beter te weten) of ‘sorry’ te zeggen. Het worden narcistische persoonlijkheden.

 

Lief kind, op weg naar volwassenheid heb je te weinig bagage in je koffer ontvangen. Een rugzak heb je wel meegekregen .

(zie ook hiervoor de presentatie 'loslaten van kinderen' ,winter 2020,bij het tabblad 'presentaties').

 

Recent heb ik een begeleiding afgesloten van een groep 7, in Twenteland en een andere groep in Gaasterland, met een pestprobleem onder alle kinderen en daarbinnen was er sprake van meidenvenijn. De duur van een groepsbegeleiding is ongeveer acht weken.

 

Het was een begeleiding met gemotiveerde leerkrachten, interne begeleider, gedragsspecialist en schoolleider. Het is een groep met 25 kinderen.

De rol van de ouders verliep, zoals hierboven beschreven. De ouders hadden ook een What’s app groep. De ouders van de ‘pester’ mochten niet in deze groep.

 

Na het eerste gesprek met de kinderen kreeg ik mails van drie verschillende ouders, dat het toch niet zou lukken. Het kind (de pester) moest maar van school af. Ik reageer niet op deze mails. De mail is niet zo’n goed communicatiemiddel bij zo’n begeleiding. Ouders kunnen mij altijd bellen of een afspraak maken. Dit loopt via de leerkracht. De leerkrachten zijn het belangrijkst in het gehele traject.

 

In de eerste twee gesprekken wordt duidelijk wat ieders rol is bij het probleem. Kinderen vertellen dit thuis, vanuit hun eigen werkelijkheid. In goede harmonie wordt in de klas besproken wat ieders rol is. Zonder oordelen en zonder verwijten. Niemand heeft schuld.De kinderen van de 5% ouders vertellen dan thuis ook hun verhaal. Deze ouders zien gelijk een aanleiding om negatief te reageren, zonder wederhoor, van leerkrachten of mij als begeleider.

 

Het is belangrijk eerst te proberen te begrijpen door te luisteren. Luisteren is voor de 5% zeer moeilijk, want dan staat de ander centraal.

 

Volgens de axioma’s van communicatie is ‘het niet kunnen of willen luisteren’, spijtig. Van ‘hoog opgeleide’ ouders zou je ander gedrag verwachten.De ouderavond wordt dus weer spannend. Mijn opmerking dat bij meidenvenijn de rol van de moeders belangrijk is om meidenvenijn op te lossen, dan wel in stand te houden, leidt tot enige commotie. Op de ouderavond vraag ik onder andere aan de ouder om hun kind een compliment te geven hoe hij/zij meewerkt aan de oplossing. Ik heb ook aangegeven dat ik aan de kinderen terugvraag wie namens mij van mama of papa een compliment heeft ontvangen. Bij iedere groep, van de laatste drie jaren, heeft 20%  van de kinderen dit compliment van hun ouder ontvangen. 80% van de ouders doet dit niet(!!!!!!!!).

 

  • Geen van de ouders heeft gebruik gemaakt om een gesprek in de klas bij te wonen.
  • Twee ouders hebben, gedurende het proces, om een gesprek gevraagd met de leerkrachten.
  • Geen enkele ouder heeft mij gebeld, noch een gesprek met mij gevraagd

 

De kinderen geven bij het vierde en vijfde gesprek de sfeer een negen of een tien. Zowel binnen als buiten de groep. De kinderen gaven aan de werkvormen, bij het vierde en vijfde gesprek, leuk te vinden. De leerkrachten ondersteunen deze cijfers.

 

Toch vertellen de kinderen van de 5% ouders thuis niet noemenswaardige gebeurtenissen of onwaarheden als een groot probleem. Zij krijgen hierdoor extra aandacht en hun loyaliteitsconflict naar de ouders wordt zo voor hen opgelost. Door de negatieve houding van deze groep ouders wordt niet beseft dat zij hun kind in een emotionele spagaat zetten. Een kind zal onvoorwaardelijk de loyaliteit van de ouder kiezen, ook al kan het een ander gevoel hebben. Het wil ook graag loyaal zijn naar de klas en de leerkrachten, doch mag en kan dit niet uitspreken door het negatieve gedrag van de ouder naar school.

 

Na het vijfde gesprek wordt de tweede ouderavond georganiseerd. Meestal wordt deze minder goed bezocht. Nu echter wel. Het werd een avond dat voor iedereen van de school verwarrend voelde. De kinderen en leerkrachten gaan weer met plezier naar school, de problemen zijn opgelost en toch bepalen de 5% ouders nog steeds de sfeer negatief op de ouderavond. Uiteindelijk was er één vader op het eind van de avond die zich positief uitliet over de aanpak, begeleiding en sfeer. Fijn, doch wel te laat om de positieve sfeer te verkrijgen die de kinderen en leerkrachten verdienden. Het is voor de 5% ouders zo moeilijk om voor je eigen kind over je eigen ego heen te stappen.

 

Bij het zesde gesprek neem ik afscheid, doe een werkvorm en bedank ik kinderen en leerkrachten voor de samenwerking.

 

Bizar, dat de 5% ouders liever een negatief gespreksonderwerp hebben dan een positief onderwerp. En de 95% ouders is het niet gelukt de 5% ouders te pareren. Deze 5% ouders hebben niet geleerd complimenten te geven, te bedanken,vragen te stellen om beter te begrijpen, te luisteren (denken alles toch beter te weten) of ‘sorry’ te zeggen. Zo blijkt ook op deze tweede ouderavond. Daar heb je immers egoveerkracht voor nodig. En dat wordt node gemist.Alle 100% ouders hebben hierin nog iets te leren, terwijl ze kinderen mogen ‘opvoeden’ en mogen voorgaan in gedrag. Het lijkt meer op voeden en wachten tot ze groot zijn.

 

Een groep 7 zonder moeilijkheden heeft een groep ouders met moeilijkheden.


Ik ben trots op de kinderen, de leerkrachten, gedragsspecialist, intern begeleider en de schoolleider. De 100% ouders wens ik het volgende toe:

 

“Als je de stenen op jouw levenspad niet opruimt, zullen je kinderen erover struikelen.”

(Surinaams spreekwoord)

Copyright Bart van Campen