Passend onderwijsLeerkrachtKindSchool Organisatie

Aanbod:


  1. 'Treinreis naar en door passend onderwijs in het VO' (zie onderstaande eerste beschrijving en link 'Saxion')
  2. Typisch meisjes: Een manipulerende machtsstrijd (beschrijving op aanvraag en link Saxion)
  3. 'Lastige jongens in het VO bestaan niet' (zie link 'Saxion')
  4. Vaardigheden voor de 21 e eeuw (beschrijving op aanvraag)
  5. 'Geen macht, maar kracht van de mentor/docent/leerkracht' (zie onderstaande tweede beschrijving)
  6. 'In m'n sas met m'n klas';Een begeleiding van een klas kinderen met moeilijkheden en coaching van de mentor en leerkracht(en)team (beschrijving op aanvraag)
  7. 'Beste puber in de klas, ik wou dat het tussen ons wat beter was (zie beschrijving via link 'Saxion')
  8. 'Elke (M.B.O.) docent kent zijn/ haar adolescent (zie beschrijving via link 'Saxion')
  9. 'Werkhoudingsproblemen in het VO' (op aanvraag en zie beschrijving via link 'Saxion')
  10. Communicatie:'Net niet begrepen'. 'Niet communiceren is niet mogelijk'  (beschrijving op aanvraag)
  11. Lezing en training:'Klem tussen de pedagogische draaideur'(zie onderstaande beschrijving)
  12. 'Ik,onderwijsondersteunend personeel,ben het visitekaartje van de school en weet heel veel'(zie beschrijving via link 'Saxion')
  13. 'Teamleiders, kunnen gesprekken met ouders leiden, als begeleiders'(beschrijving op aanvraag)
  14. 'Mijn team is een winnend team'; van onderlinge conflicten,onderlinge delicten en teamleden die ronken, naar een team die weer met elkaar voor kinderen willen vonken! (beschrijving op aanvraag)

 

http://www.bartvancampen.nl/uploads/images/nedtrain/Nedtrain.jpg

‚ÄėTreinreis naar en door Passend Onderwijs‚Äô
Passend Onderwijs verplicht scholen voor primair en voortgezet onderwijs tot een zorgplicht. Dit betekent dat de school verplicht is het kind, dat extra zorg nodig heeft, een zo goed mogelijke plek in het onderwijs aan te bieden .
De zorgplicht voor de schoolbesturen treedt per 1 augustus 2014 in werking.
In augustus 2015 heeft het landelijk systeem van indicatiestelling (cluster 3 en 4)
na een overgangsfase plaatsgemaakt voor regionale zorgtoewijzing.
In het kader van Passend onderwijs verwachten alle kinderen een schoolomgeving waar
ze tot hun recht komen en kunnen leren. Ouders en leerkrachten verlangen een school die goede resultaten weten te behalen en de veiligheid van kinderen weet te waarborgen.
Onderstaande leergang, ‚ÄėTreinreis naar en door Passend Onderwijs‚Äô is preventief en curatief in het waarborgen van vertrouwen, veiligheid, rust en wederzijdse waardering . Belangrijke voorwaarden om aan Passend Onderwijs vorm te geven.

‚ÄėEen cursus gedragsmanagement, zodat de ware aard van het kind beter wordt gekend‚Äô
Na het volgen van deze cursus kunt u:

A. Een veilig pedagogisch klimaat cre√ęren
1. De ondersteuningsbehoeften van de groep, van subgroepjes en van individuele leerlingen herkennen.
2. Waar nodig accenten formuleren die nodig zijn in eigen houding en handelen, de tijdsindeling en de ruimte.
3. Vorm geven aan deze accenten.
4. Een pedagogische visie formuleren, bij voorkeur in samenhang met de visie van de school.
B. Omgaan met verschillen tussen leerlingen met ontwikkeling- en
gedragsproblemen.
1. Tot een analyse komen, dat leidt tot een ge√Įntegreerd beeld dat goede aanknopingspunten geeft voor het handelen.
2. Gefundeerd prioriteiten (doelen) stellen en verantwoordt die op basis van kennis/visie/waarden en normen.
3. U zelf ontwikkelen, planten en handelen op basis van kennis; theoretische en empirische verantwoording.
4. Het plan van aanpak, doorpak en uitpak of de methodiek correct uitvoeren.
5. Effectief afstemmen en wisselt tijdens de uitvoering uit en stuurt waar nodig direct bij (ultrakorte cyclus); kan daarbij schakelen in benaderingswijzen.
6. Duidelijk aangeven of de doelen bereikt zijn.
7. Direct adequaat op de problematische situatie reageren dat veroorzaakt wordt door een gedragsprobleem; schakelt daarbij tussen benaderingswijzen.
8. Zich bewust worden van de noodzaak van professionele distantie (problematiek ‚Äėafstand en nabijheid‚Äô). Bepaalde kinderen doen een extra app√®l op de professionele houding van de leerkracht, vooral daar waar de leerkracht als mens geraakt wordt.
9. Succes toeschrijven aan het kind en gebrek aan uzelf, zo dat het leidt tot herbezinning op het eigen handelen.
10. Heeft u positieve verwachtingen van alle leerlingen en maakt verwachtingen expliciet naar de leerling en in de verslaglegging (indien nodig).
11. Balans tot stand brengen tussen eigen inbreng en die van de leerling.
12. Zelfevaluatie en zelfreflectie stimuleren, viert successen van het kind en leert het kind succes aan zichzelf toe te schrijven (stimulering positief zelfbeeld).
C. Groepsprocessen leiden en begeleiden, die leiden tot samenwerken binnen
de groep
1. Beheerst u een basishouding van gespreksvoering: respect, empathisch vermogen, actief luisteren, geloof in het kind uitstralen, echtheid, warmte, verbale en non-verbale afstemming.
2. Stemt u af op leeftijd, persoonlijkheid, mogelijkheden van het kind /de kinderen.
3. Zet gesprekstechnieken bewust en effectief in, bijvoorbeeld: doorvragen en samenvatten, vervelende boodschappen overbrengen, confronteren.
4. Kan omgaan met meningsverschillen en weerstanden, kan dé -escaleren.
D. (Effectief) Communiceren in de groep
1. Gesprekken analyseren vanuit het theoretische begrippenkader van de transactionele analyse, bijvoorbeeld: op inhoudelijk en op betrekkingsniveau.
2. De eigen rol en inbreng analyseren in het gesprek en kunt u, waar nodig, bijsturen.
3. Na oefening in de eigen praktijksituatie ervaren of de interactiedoelen bereikt zijn.
4. Blokkades herkennen die zich voordoen en kunt u lacunes herkennen en benoemen in eigen mogelijkheden en zet deze om in handelingsalternatieven.
E. Gesprekken voeren met ouders/verzorgers en derden
1. De eigen basishouding van gespreksvoering beheersen: respect, empathisch vermogen, actief luisteren, geloof in het kind uitstralen, echtheid, warmte, verbale en non-verbale afstemming, zorgvuldig omgaan met vertrouwelijkheid.
2. Rekening houden met sociaal-culturele, religieuze en persoonlijkheidskenmerken van de gesprekspartner.
3. Een duidelijk doel voor ogen hebben met het gesprek, evalueert aan het eind van het gesprek.
4. Zelfbewust en effectief gesprekstechnieken inzetten, bijvoorbeeld: de ouder als gelijkwaardige partner benaderen, doorvragen en samenvatten, vervelende boodschappen overbrengen, confronteren, specifiek en concreet zijn.
5. Gesprekken analyseren vanuit de transactionele analyse: op zowel inhoudelijk als op betrekkingsniveau.
6. De eigen rol en inbreng in het gesprek analyseren, stuurt bij.
7. Omgaan met verschillen, meningen, normen en waarden
8. Kunt u omgaan met meningsverschillen en weerstanden, u kunt de -escaleren.
9. De kans op agressief gedrag inschatten en neemt zonodig preventieve maatregelen.
10. Blokkades herkennen die zich voordoen: herkent en benoemt lacunes in eigen competenties en zet deze om in handelingsalternatieven.
Algemene inleiding:
Gedrag, ook moeilijk gedrag, is per definitie interactie. En ook kinderen met zogenaamde ‚Äėbelemmeringen‚Äô hebben gewoon behoefte om erbij te horen, zonder daartoe te moeten worden ‚Äė behandeld‚Äô . Dus hoe komt u in de schoolse context van de groep tot uw eigen pedagogische kracht, als leerkracht: De cursus is ook: ‚Äô Een treinreis van kind, leerkracht en ouder met eerherstel van het gewone pedagogisch- en didactische leven in de huidige onderwijstijd‚Äô. De onderwerpen worden ondersteund met beeld en geluid(muziek).
Bijeenkomst 1:
Thema:Het pedagogisch klimaat van mijn school
In de eerste bijeenkomst krijgt u een beschrijving van drie modellen van schoolorganisatie. In deze typologie wordt de schoolorganisatie op de volgende aspecten omschreven: doelstellingen, leiderschap, overleg en samenwerking, besluitvorming, leerlingbegeleiding en betrokkenheid ouders. In relatie tot deze modellen wordt u in de gelegenheid gesteld na te denken of het klimaat van uw eigen school wel of geen verbetering behoeft in ‚Äė De treinreis naar en door Passend Onderwijs‚Äô. Wat is uw positie?
Inleiding op de bijeenkomsten 2, 3, 4, en 5:
Klassenmanagement en Sociaal Emotionele Ontwikkeling
Leerprestaties van leerlingen worden voor een belangrijk deel bepaald door het gedrag van de leerkracht. Het begrip ‚Äėleerprestaties‚Äô wordt hier breed gedefinieerd: ook de sociaal-emotionele groei wordt er uitdrukkelijk onder begrepen. Een effectieve school kan heel goed ook een affectie¬≠ve school zijn. Klassenorganisatie wordt in deze cursus gedefinieerd als het geheel aan maatregelen dat nodig is om een goede leeromgeving in te richten, met als doel de voorwaarden te scheppen voor leerprestaties.
Uit onderzoek is bekend welke aspecten van leerkrachtgedrag de leerprestaties be√Įnvloeden en in welke mate ze dat doen. Deze aspecten komen in de cursus bij de bijeenkomsten 2, 3 ,4 en 5 aan de orde.
Bijeenkomst 2:
Thema:Klassenmanagement 1
Klasseninrichting en Groepsdynamica:
¬∑ Groepsprocessen en mijn klas; ‚ÄėMoeilijke groepen bestaan niet, wel groepen met moeilijkheden‚Äô(Bart van C.).
· Klasseninrichting
· Kindkenmerken en de plaats in de groep
Bijeenkomst 3:
Thema:Klassenmanagement 2
¬∑ Directe instructiemodel: ‚ÄėDe context van ‚Äė Omgaan met verschillen‚Äô , Passend Onderwijs en ‚ÄėOpbrengstgericht Gericht Werken‚Äô met behulp van het Directe Instructiemodel heeft niemand mij kunnen uitleggen‚Äô(BvC). Een vereenvoudigde uitwerking van het Directe Instructiemodel kan hierbij wel een handreiking zijn voor leerkrachten en kinderen in het kader van Passend Onderwijs.
· Zelfstandig werken of werken aan een zelfstandige leerhouding
· Interactiepatronen en niveaudifferentiatie (onder andere werken met combinatieklassen)
Bijeenkomst 4:
Thema:Klassenmanagement 3
Iedereen kent ze wel, de kinderen met concentratieproblemen. In iedere groep komen ze voor en volgens veel leerkrachten komen er steeds meer kinderen met concentratieproblemen. Concentratie is dan het vermogen om uit de prikkels die op je afkomen je op die prikkels te richten die van belang zijn.
De praktijk van het werkende kind is echter veel complexer dan uitsluitend de vaardigheid van het kunnen concentreren Binnen de schoolsituatie gaat het niet om zo‚Äô n te isoleren functie, maar om een complex geheel van gedragingen dat wel werkgedrag wordt genoemd en dat kinderen kunnen vertonen als en nadat een min of meer gesloten (er wordt een duidelijk eindresultaat verwacht) opdracht krijgen/ hebben gekregen. Dat betekent dat de aanduiding ‚Äėconcentratieproblemen‚Äô ontoereikend is en we eigenlijk zouden moeten spreken van ‚ÄėWerkhouding- problemen in taaksituaties‚Äô en de begeleiding van deze kinderen die niet doorwerken. Dit mag niet(nooit) ten koste gaan van de aandacht voor het kind dat gewenst gedrag laat zien! Ook de ‚Äėgewone‚Äô leerling staat centraal . Een aanpak hiervoor.
· Taakgerichte leertijd en ervaren problemen
· Cognitieve stijl
· Sociale ondersteuning van kinderen
· Responsief en directief leerkrachtgedrag
¬∑ Afstemming leerling ‚Äď leerkracht
· Attributie (toeschrijving) van succes en falen
Bijeenkomst 5:
Thema:Klassenmanagement 4
Thema:‚ÄėProbleemgedrag? Het is maar net hoe je het bekijkt?‚Äô
¬∑ Welke ‚Äė bril‚Äô zet u op bij het kijken naar kinderen?
¬∑ Met behulp van eigen ervaring,kijkwijzers en handelingswijzers proberen we dichter bij de ware aard van het kind te komen i.p.v bij de ‚Äėbelemmering‚Äô of zogenaamde ‚Äėstoornis‚Äô.
¬∑ ‚ÄėMoeilijke kinderen bestaan niet, wel kinderen met moeilijkheden‚Äô(Bart van C.).
Bijeenkomst 6:

Thema: Motivatie
· Het verband tussen zelfbeeld en motivatie
· Een ontwikkelingslijn van motivatie
· Het voeren van functioneringsgesprekken met kinderen
· Het voeren van motiveringsgesprekken met kinderen
Bijeenkomst 7:

Thema:werkdruk en leerkracht
‚ÄėJe doet het vaak jezelf aan, als je niet meer met plezier voor de klas kunt staan‚Äô(Bart van C.)
Plezier hebben in werk heeft ook sterk te maken met de vraag of u uw werk goed kunt uitoefenen en of u goede resultaten boekt en succesvol bent. Succesvol zijn betekent dat u in staat bent uw doelen te realiseren. Niet in elke functie is het resultaat makkelijk te meten. Verkopers weten vaak maandelijks welke resultaten zijn geboekt. Voor de meeste werknemers in het onderwijs ligt dat anders.
'Geluk is het besef van groei' heeft een psycholoog ooit eens als definitie van geluk genoemd. Deze definitie is wel op alle werknemers van toepassing. Succes hebben betekent dat u zich in uw functie kunt ontwikkelen, groeit in bepaalde vaardigheden en dat uw kwaliteiten op het werk tot hun recht komen. Als dat niet meer het geval is, zeggen mensen vaak: ‚ÄĎ Ik ben hier uitgekeken. In deze bijeenkomst 7, en de volgende bijeenkomst (8) gaan we in op werkdruk.
· De energietest voor leerkrachten
· De waardetest voor leerkrachten
Bijeenkomst 8:

Thema:werkdruk en leerkracht
· Van Omgangsstijl naar Leerkrachtstijl(De Roos van Leary)
· Optioneel en in overleg:ook een leerling van de leerkracht vult de Roos van Leary in over de leerkracht.
· De vriendelijke leerkracht
Bijeenkomst 9:

Thema Ouders
¬∑ Opvoedingsstijlen en ‚Äėopvoeding verlegenheden‚Äô van ouders
¬∑ Het huisbezoek en Passend Onderwijs: ‚ÄėDat past!‚Äô
Bijeenkomst 10:
Thema:Ouders
· Gesprekken en contacten met ouders (ook als het moeilijk wordt).
Opmerking: Ook is het mogelijk een traject op vraag samen te stellen naar keuze van bijeenkomsten
en op maat
Ontwikkeld door:Bart van Campen(copyright)

(info(at)bartvancampen(punt)nl

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

‚ÄėGeen macht, maar kracht in de leerkracht‚Äô.
(een docent is voor mij een leerkracht, een kracht in leren!)

Mens worden is een kunst (Novalis)

Deze cursus is ontwikkeld omdat er tegenwoordig veel van onderwijsmensen wordt gevergd. Kijk maar eens naar de hoge eisen die aan ons, maatschappelijk, gesteld worden in de schoolsituatie. We moeten werken onder tijdsdruk zonder aan stress ten onder te gaan. We moeten keuzes maken, verantwoordelijkheid dragen en onze kwali­teiten kennen en benutten. We moeten goed communiceren en kunnen opko­men voor onszelf. Zelfkennis en zelfbewustzijn zijn voorwaarden om hierbij in balans te blijven.
Het gaat in de schoolsituatie niet alleen om je feitelijke prestaties, maar veel meer om je ontwikkelingsmogelijkheden. Veel werknemers in het onderwijs kiezen bewust voor een functie met ontwikkelingsmogelijkheden. Deze cursus helpt je om een keuze te maken wat je wilt ontwikkelen.
Als je deze cursus hebt gevolgd en de opdrachten, tijdens de cursus,hebt gemaakt, heb je meer inzicht gekregen in de volgende vragen in het perspectief van pedagogisch handelen:
· Wat is persoonlijke ontwikkeling?
· Welke niveaus van persoonlijk functioneren en vaardigheden zijn er?
· Welke zienswijzen en overtuigingen horen bij mij?
· Hoe formuleer ik concrete doelen?
· Welke persoonlijkheid ben ik?
· Over welke kwaliteiten en valkuilen beschik ik?
· Welke belemmeringen ken ik en in welke situaties?
· Wat kan ik met RET?
· Hoe kan ik mij vanuit zelfbewustzijn naar omgevingsbewustzijn verder ontwikkelen?
· Welke ondersteuning heb ik wel en niet nodig ?
· Welke basisvaardigheden ken ik, met welke ga ik oefenen en welke vaardigheden wil ik verder leren?
· Wat is de samenhang tussen mijn persoonlijkheid, mijn sterke en zwakke kanten en mijn vaardigheden als leerkracht?
¬∑ Welke factoren zijn van invloed op mijn gedrag‚ÄĎ en werkstijl?
· Hoe oefen ik deze stijlen?
· Hoe verwerk ik deze factoren in mijn pedagogisch handelen in de klas?
· Welk inzicht, overzicht en uitzicht geeft antwoord op mijn wensen en mogelijkheden op het gebied van mijn persoon als leerkracht in relatie tot mijn werk?
Veranderingen komen in hoofdzaak tot stand door 'met andere ogen' naar de werkelijkheid te kijken. De volgende volgorde wordt in deze cursus gehanteerd: 'beter kijken ', 'beter naar mijzelf kijken' en 'mijzelf veranderen' in pedagogisch perspectief.
Op de eerste en tweede cursusdag¬†wordt het begrip 'persoonlijke ontwikkeling' ingeleid, Tevens komt de opbouw van de cursus aan de orde. Omdat persoonlijk ontwikkelen alleen succes kan hebben als je jezelf kent, begint de cursus met een ori√ęntatie op jezelf. Hoe zit het met je zienswijzen en overtuigingen en hoe met je vaar¬≠digheden? Sluiten beide wel op elkaar aan?
Verder gaan we in op je kwaliteiten en je belemmeringen. Kernkwaliteiten komen als sterke kanten naar voren. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de belemmeringen, die je ontwikkeling als persoon in de weg staan On¬≠dersteuning ‚ÄĎ in welke vorm dan ook ‚ÄĎ kan helpen om verder te groeien en belemmeringen te overwinnen.
Op de tweede cursusdag wordt ook besproken welke keuzes er door de cursisten worden gemaakt voor de derde en vierde cursusdag. De inhoud van de derde en vierde cursusdagen vormt een keuzemenu, waarbij je jouw persoonlijke smaak, voorkeur en belangstelling kunt volgen.
Op de derde cursusdag staan de basisvaardigheden centraal.
De basisvaardigheden die behandeld kunnen worden, zijn:
¬∑ communicatie‚ÄĎ,
· openheid en feedback;
· assertiviteit;
· samenwerken;
· omgaan met emoties;
· gedrag bij conflicten;
· onderhandelen;
Op vierde cursusdag komen factoren aan de orde, die van invloed zijn op je gedrags‚ÄĎ en werkstijl
De basisvaardigheden die behandeld kunnen worden, zijn:
¬∑ gedrag‚ÄĎ en werkstijlen;
· organisatie van het werk;
· problemen oplossen en besluiten nemen;
· ambities;
· omgaan met stress;
· leiding geven aan kinderen;
· leiding ontvangen.
Zelfwerkzaamheid staat centraal in deze cursus. Je bent je eigen gids, thera­peut, trainer of coach. Maar we slaan wel samen het pad van de persoonlijke ontwikkeling in.Leren doen we samen, keuzes maken doet ieder voor zich.
Persoonlijke ontwikkeling is een cyclisch proces. De cirkels in dit cyclische proces hebben eind noch begin, maar zijn wel harmonisch met elkaar verbonden. De cirkels symboliseren de mens, die op zoek is naar zichzelf.
Mensen die in harmonie met zichzelf functioneren, zien dat de niveaus van functioneren met elkaar in verband staan.
Je hebt bijvoorbeeld in de cursus ontdekt dat 'gevoeligheid' een kernkwaliteit van je is (persoonlijkheid). Deze kwaliteit keert zich tegen je op je werk als daar als gevolg van een reorganisatie(bijvoorbeeld fusie) allerlei conflicten tussen men­sen ontstaan (vaardigheden).
In je werk als leerkracht kun je proberen gevoeligheid te leren overwinnen, bijvoorbeeld door het geleerde toe te passen in de eigen onderwijssituatie.
Je kunt ook de ontdekking doen dat je werk fundamenteel niet bij je past Je zielsbehoeften verschillen van je egobehoeften (zelf en de persoonlijkheid). Je gaat op zoek naar werk waar je gevoeligheid als kracht naar voren kan komen. Zo kun je in deze cursus een 'diagnose' stellen en werken aan het verbeteren van je functioneren door middel van jouw ontwikkeling als mens en leerkracht.
We werken in deze cursus 'van binnen naar buiten'. Op alle niveaus van functioneren wordt ingegaan. Van binnen naar buiten bevindt zich in het midden het 'zelf of de ziel (cursusdag 1).Vervolgens de persoonlijkheid met karaktereigenschappen, de zienswijzen(cursusdag 2), de basisvaardigheden (cursusdag 3) en tenslotte het gedrag (cursusdag 4). Het laatste niveau vormt onze omgeving, zoals het gezin, de school en de samenleving waarvan we deel uitmaken.
Tijdens de cursus oefen je al met je eigen inzichten en vaardigheden. Om je een steuntje in de rug te geven bij de uitvoering van je voornemens en om te horen welke resultaten je al hebt geboekt, volgt er na de cursus een terugkombijeenkomst. We weten dat steun van medecursisten heel belangrijk is om je plannen in da­den om te zetten!
Je kunt ook verschillende leerdoelen hebben. Het kan zijn dat je nu nog niet precies weet wat je leerdoelen zijn. Tijdens de cursus gaan we de leerdoelen bepalen. Tijdens de cursus kunnen de leerdoelen zich wijzigen. Of je ontdekt nieuwe doelen.
Deze cursus is bedoeld voor onderwijsbetrokkenen die op hun persoonlijk functioneren wil­len reflecteren in relatie tot de (school)omgeving. De cursus biedt een totaaloverzicht over je functioneren. Je kunt dan starten om die onderdelen van jezelf die tot je zwakkere kanten beho­ren, te ontwikkelen. Dit kan door hier tijdens deze cursus al mee te oefenen.
Deze cursus resulteert in een beter zicht op jezelf en je vaardigheden; verdiept zelfinzicht biedt de kans om verder te groeien als mens. Kortom:Van zelfbewustzijn naar omgevingsbewustzijn in de onderwijssituatie.
4 bijeenkomsten en een terugkomstbijeenkomst
4 bijeenkomsten: van 9.00-16.00 uur
met een interval van telkens 2 weken
terugkombijeenkomst:13.30-16.30 uur(na zes weken)
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Presentatie/ lezing:

Klem tussen de pedagogische draaideur:

 

van overweging naar zingeving en naar beweging

 

Elke leerkracht maakt het mee. Je werkt op een school met de daarbij behorende uitgangspunten.

In dit verband ¬†is de leerkracht¬† meestal: ‚Äúde organisator van kinderlijke idee√ęn, de vooruitziende stuurman die verwachtingsvol elke werkdag ingaat en deze als een nieuw avontuur beschouwt‚ÄĚ. ‚ÄúDe leerkracht is in de eerste plaats een opvoeder. De leerkracht is ‚Äúeen autoriteit in functie‚ÄĚ en dient een authentiek (echt) persoon te zijn. De opvoeder heeft gezag op grond van wie hij is en hoe hij met de kinderen omgaat. Hij / zij is advocaat van het kind en reflecteert steeds op haar / zijn eigen handelen. De leerkracht geeft leiding aan en in het onderwijs en is gelijkwaardig aan de kinderen, maar niet gelijk (zij hebben beiden een andere rol / functie). ¬†Aan de ene kant de autonomie: vrijheid van zelf keuzes mogen en kunnen maken,initiatieven mogen nemen relaties,o.a. met ouders aan te gaan,het gevoel te krijgen dat je iets goed doet(competentie) en aan de andere kant de ‚Äúopgelegde‚ÄĚ regels en voorschriften. Wat nou vrijheid? Wat nou authenticiteit. Wat doet dit met het pedagogisch klimaat binnen de groep en de school en met mij?? ¬†Ieder, die wel eens terug denkt aan zijn/haar eigen lagere schooltijd of basisschooltijd¬† zal zich plezierige en minder plezierige jaren ¬†herinneren. Bij de ene leerkracht ging alles vanzelf, je leerde er veel, het was er ¬†gezellig en het was vanzelfsprekend, dat je naar deze leerkracht

luisterde. Bij de andere was de sfeer om te snijden en je ging met buikpijn naar

school. De sfeer bepaalt of ieder kind tot  zijn recht komt, of er geleerd wordt, kortom of kinderen gedijen en de  leerkracht zijn/haar werk met plezier doet; van overweging naar zingeving en naar beweging. Niet vinken, maar vonken!.

"Als je de zin er niet van inziet, heb je er

geen zin in en als je er geen zin in hebt,

zie je er de zin niet van in (Stevens)".

 

Randvoorwaarden:

De presentatie wordt ondersteund met beelden en muziek. De organisatie zorgt voor een groot wit scherm, beamer met daarop aangesloten een geluidsinstallatie. Daarnaast wordt gezorgd voor een headset (bij groepen groter dan 150 personen), zodat de spreker vrij kan bewegen en hij voor een ieder verstaanbaar is. Een technicus is bij de presentatie aanwezig.