31-08-2020

De huidige relschoppers in steden


 

 

Opvoeding en ouders

 

Ook de huidige relschoppers in de grote steden hebben

eens op een basisschool onderwijs gevolgd.

 

 

 

Het voorkomen van verbaal geweld en conflicten in school, buurt, wijk
en op straat wordt op dit moment steeds meer een grote zorg. Ook de
sociale samenhang van school en ouders/verzorgers is aan het
veranderen. Onverschilligheid en het gevoel van tegenstand nemen toe.
Het gedrag van ouders ten opzichte van leerkrachten en schoolleiding is
steeds vaker oppositioneel.
Twee belangrijke conclusies zijn, in dit verband, van de ‘Nota
Aansprekend Opvoeden’ van de Raad voor Maatschappelijke
Ontwikkeling (RMO) interessant:

• Er is een ‘gat in de pedagogische infrastructuur’: vertrouwde
kaders waar kinderen en volwassenen elkaar ontmoeten zijn
verdwenen(buurt,gezin ,familie, kerk, jeugdorganisaties);
• De verantwoordelijkheid van de opvoeding drukt zwaar op
scholen en ouders.

De groep kinderen dat zich agressief gedraagt, weinig respect voor de
ander heeft en de leefregels niet opvolgt, is groeiende. Uit onderzoek
(Chess, Thomas en Birch, in:Your Child is a person) blijkt dat de ouders
die verantwoordelijk zijn voor deze tekenen van ‘anarchie’ onder
kinderen/jongeren niet altijd verwaarlozende, onverschillige of
nonchalante mensen zijn. Het zijn juist vaak intellectueel ontwikkelde
mannen en vrouwen die de verantwoordelijkheid voor hun kinderen
serieus nemen. Ze voorkomen dat hun kinderen met lucifers spelen, hun
vingers in het stopcontact steken, vergif hanteren of van een stoep
afrennen als er een auto nadert. Zelfs het meest recalcitrante kind legt
zich neer bij een familiewet als het om veiligheid gaat.
Maar buiten die vastomlijnde veiligheidsregels hebben deze kinderen vaak niet
geleerd te gehoorzamen (de peuterfase is hierbij de belangrijkste fase/start naar
volgende ontwikkelingsstadia met uiteindelijk volwassen gedrag).
Als gevolg daarvan negeren ze regels, gedragscorrecties en gezag.
Deze groep ouders lijdt aan het ‘mijn - kindsyndroom’. Zij vinden het
moeilijk verantwoordelijkheid voor de opvoeding te dragen en leggen de
verantwoordelijkheid daarom buiten zichzelf en buiten het kind. Ook in
het contact met een school leggen deze ouders de oorzaak van de
problemen bij de school, de leerkracht, de andere kinderen, maar niet bij
zichzelf of bij hun kind. Zelfs als het de regels overtreedt en zich anti-
sociaal gedraagt.

Ze zijn geneigd alleen de ‘warme kant’ van hun kind te
zien; de kleine volwassene, als het ware (groot brengen door groot
houden). Dat gebeurt vaak uit schuldgevoel, de spanning die ze ervaren
tussen zorg- en werktaken of uit opvoedingsverlegenheid. Het resultaat:
ouders die geen grenzen en richting geven, omdat ze het gevoel hebben
hun kind te vriend te moeten houden. Helaas versterken ze zo zelf het
gedrag van hun kind. Het zijn ouders die niet uitgaan van een
principiële ongelijkheid tussen kind en ouder.

Als ouder is het belangrijk ook de ‘koude kant’ van het kind te zien
om op te kunnen voeden. Pas dan kun je ook de ‘warme kant’ van het kind zien
en deze met complimenten ondersteunen en uitvergroten, waardoor de ‘koude’ kant
van het kind kleiner wordt in het handelingsrepertoire van het kind.
De school komt hierdoor in een pedagogische spagaat terecht:
Het oppositionele gedrag van deze ‘groeiende’ groep ouders is niet
alleen belastend voor onderwijspersoneel en kinderen. Het vormt ook
een bedreiging voor de acceptatie van elkaar en het relationele
rendement van de samenwerking met ouders.

De school en individuele teamleden dienen in relatie met ouders te werk
te gaan volgens de principes van sociale ondersteuning. De school dient
ervan uit te gaan dat begeleiding van de sociaal- emotionele
ontwikkeling op termijn alleen effectief is wanneer ouders daaraan
meewerken, terwijl conflicten tussen leerkrachten en ouders de
problemen voor (het kind) de kinderen aanzienlijk (vergroot) vergroten.
De school streeft daarom naar wederzijds vertrouwen waarbij
leerkrachten ouders emotionele ondersteuning bieden en zich niet laten
betrekken in conflicten of in een vijandige relatie met ouders. Ouders
kunnen allerlei verwijten uiten naar de school en naar de leerkracht of
zelfs de school of leerkrachten bedreigen. Het getuigt van
onprofessioneel handelen dat niet in het belang van het kind is wanneer
een school daarop reageert met (tegen) verwijten of (tegen)agressie.
De school of de leerkracht moet, met respect voor de autonomie en de
verantwoordelijkheid van ouders, aan ouders duidelijk maken waarom
vanuit de eigen verantwoordelijkheid en de pedagogische behoefte en
taakstelling van de school een pedagogische gedragslijn(in het belang
van het kind) gevolgd wordt op school-, klassen- en individueel
kindniveau. Dit altijd in het belang van het kind en de ouders.

Als de school dit alles heeft geprobeerd, dan houdt het op. Rest nog de
volgende vraag te stellen door de directeur; "Ik stop nu het gesprek.Ik
wil u vragen om na te denken of onze school nog wel bij uw kind past.
Volgende week stel ik u dezelfde vraag en wil ik, voor we verder praten,
dat u eerst antwoord met een 'ja' of een 'nee'. Wordt het een 'ja', dan
neemt de groepsleerkracht het gesprek over. De leerkracht
maakt een vervolgafspraak voor een week later. Zo worden ouders ook
in tijd verantwoordelijk gesteld voor hun gedrag.
Wordt het een 'nee' dan antwoordt de directeur met; Dat kan. Hier heeft
u de uitschrijfformulieren. Ik zoek samen met u een nieuwe school voor
uw kind.”

Scholen wachten te lang om deze ‘finale’ gesprekken te voeren. Deze
gesprekken zijn in het belang van de leerkracht,school en ook de ouders
van het kind. Heel vaak is het regelovertredende gedrag van het kind
aangeleerd gedrag, dat zich door de tijd heeft kunnen verankeren.
Specifiek en concreter komt bovenstaande aan de orde in de cursus en
training ‘gesprekken met ouders(ook als het moeilijk wordt).’

Copyright
Bart van Campen,
21-8-2020.